Online schildercursus en schilderlessen in olieverf fijnschildertechnieken van Gathier

www.schildercursus-schildervakantie.nl

Na de bloei zijn de lampionnetjes half verdroogd en verandert het oranje velletje in een soort transparant gaas. Zo vind ik ze nog mooier dan wanneer ze net in bloei staan! In combinatie met een ruige kist en het gladde oppervlak van het glas van het vaasje zie ik hierin een prachtig onderwerp voor een schildering in olieverf fijnschildertechnieken. Dit wordt ons nieuwe onderwerp!

Stap 1 van de schildercursus, schilderles of schilderworkshop

Op een plaatje MDF brengen we een coating aan van diverse lagen Gesso. Na droging wordt dit glad geschuurd. Hier overheen zetten we een onderschildering van verdunde acrylverf in een warm gebrande sienna, waarop we de tekening overbrengen.
De olieverf brengen we aan in meerdere lagen. 

De eerste laag olieverf verdunnen we met wat medium ( hiervoor meng ik 3 delen terpentijn met 1 deel lijnolie). Het hele stilleven bedekken we met een eerste laag olieverf, zoveel mogelijk in de juiste kleur en toon. Details zijn niet belangrijk, grove vormen en contrasten wel (fig. 1). Omdat ik een goed beeld wil hebben van de compositie schilder ik wel het takje op het dressoir even in met een donkere kleur.

Vakspecialist Catherine Gathier geeft schildercursus en schilderworkshops die u verder helpen!

Stap 2 van de schildercursus, schilderles of schilderworkshop

Na droging van deze eerste laag, zetten we de donkerbruine achtergrond achter de kist op. Met een varkensharen penseel brengen we de verf makkelijk op, met een zachter runder- of marterharen penseel tamponneren we de laag na, waarbij we de verf wat meer in elkaar over laten vloeien en de penseelstreek verzachten.

Door met een waaierkwast zacht over de laag te aaien, verzachten we de penseelstreken en contrasten nog wat meer (fig. 2). Het houten kistje zetten we op met een varkensharen penseel. We mengen een paar basiskleuren van het hout, de kleuren mogen wat verschillen in tint en toon. Het hout zetten we met verticale streken op, waarbij we de diverse kleuren tegen elkaar aan zetten (fig. 3a). Let op de licht en schaduwkant en meng de kleuren niet te zeer door elkaar, om te voorkomen dat je een vlakke en weinig interessante hout-structuur krijgt. Met een rond runderharen penseel en een beetje medium laten we deze tonen en kleuren wat in elkaar overvloeien (fig. 3b).

Het medium in deze tweede laag olieverf maken we door 2 delen olie met 1 deel terpentijn te vermengen. Bij het schilderen in olieverf, hanteren we namelijk het principe van ‘vet over mager’; dat houdt in dat elke volgende laag meer olie moet bevatten dan de vorige.

Ook verzorgt Catherine Gathier complete schildervakanties naar Zeeland, Frankrijk en Limburg.

Stap 3 van de schildercursus, schilderles of schilderworkshop

We zetten nu het witte tafeltje op met een tweede laag verf. Let daarbij goed op de contrasten onderling; het laatje, de tafel direct achter het kistje en de schaduwen onder de dingen die op tafel staan of liggen zijn donkerder. Het kan praktisch zijn om -wanneer je meerdere witte onderwerpen hebt- de witten onderling iets van elkaar te laten verschillen. Het tafeltje houden we bewust iets paarser als het aardewerk, het aardewerk maken we weer iets warmer en geler van tint.

De tafel zetten we op dezelfde manier op als de achtergrond. We brengen de kleur en de contrasten eerst grofweg aan met een varkensharen penseel, waarna we ze met een runder- of marterharen penseel natamponneren, verzachten en verbinden. Je kunt de penseelstreken in het tafeltje nog wat meer verzachten door zachtjes met een dassenharen waaierpenseel over de verf te aaien (fig. 6).  Dit keer houden we de penseelstreek in een horizontale richting om de houtstructuur wat meer te benadrukken. Om een rechte lijn te schilderen, zoals bij de kist of het tafeltje, kun je gebruik maken van schilderstape. Een trucje dat ik zelf vaak gebruik en waarbij ik ook geen kans loop lijmresten van het plakband achter te laten is het schilderen langs een (ansicht)kaart (fig. 4).

Het is bij elk schilderij belangrijk om eerst de grote vlakken van kleur en contrast te voorzien.
In dit stadium kunnen we –indien nodig- de hele sfeer van het schilderij nog corrigeren. Blijf het hele schilderij in samenhang bekijken ( kleur, contrast en sfeer).

Stap 3 van de schildercursus, schilderles of schilderworkshop

Nu de ‘grote dingen’ hun kleur en contrast hebben zetten we nog wat details in het houten kistje. Dit kunnen we doen met een “droge kwast techniek” ( waarbij je met weinig verf op een vrij droog penseel, zacht over het schilderij aait). Her en der verzachten we deze streek met b.v. een wattenstaafje of een zachter runderharen penseel (fig. 6).

Nu gaan we het glas, de lampionnetjes en het aardewerk invullen met hun tweede, min of meer definitieve laag.
We werken van ‘achteren naar voren’. Als je van ‘achteren naar voren’ werkt, kun je dingen als het schaaltje of het karafje mooi scherp over de achtergrond heen zetten. Je verduidelijkt daarmee het beeld van de diepte. Het schaaltje komt duidelijk voor de kist en de lampionnetjes straks weer voor het schaaltje.

We gaan verder met de lampionnetjes in het glazen vaasje. Om de lampionnetjes rond te laten lopen zetten we een behoorlijk contrast tussen de diverse vlakjes van de lampionnetjes, ook tussen de boven en onderkant van het lampionnetje zit contrast. De donkere vlakjes mengen we door in de oranje basis kleur van de lampionnetjes, wat karmijn, ultramarijn en gebrande sienna te zetten. Let erop dat je de hooglichtjes niet verliest. De steeltjes zetten we pas op nadat hout en lampionnetjes goed droog zijn, zodat we eventuele foutjes makkelijker kunnen corrigeren. Om de verf iets soepeler te maken voegen we een beetje medium toe.

We gaan verder met het aardewerk. We schilderen de schaaltjes in met diverse tonen wit, of binnenin met diverse tonen oranje ( fig. 7). Deze tonen tamponneren we na met een zachter runderharen penseel. We verbinden daarmee de tonen onderling en verzachten het contrast. We verzachten de tonen nog wat verder door het aardewerk nog even na te aaien met een dassenharen waaierpenseel. Let goed op de donkerste delen b.v. onder de oortjes of achter het binnenste kommetje. Deze contrasten maken dat het kommetje ook werkelijk rond loopt.

Nu gaan we ons bezig houden met het glas. Glas is relatief lastig te schilderen. Denk niet; ‘het is glas dus het moet helemaal doorschijnend zijn...’. Om glas goed te kunnen weergeven moet je proberen objectief te kijken. Waar is het donkerder, waar is het lichter, waar zit de reflectie van de tafel, waar die van de schaaltjes? De tafel loopt niet recht achter het glas door maar wordt door de vorm van het vaasje iets hoger geprojecteerd (fig. 8).

Als de schaaltjes en het glazen vaasje er goed op staan, kunnen we de lampionnetjes die er voor liggen gaan opzetten. De lampionnetjes die het meest vergaan zijn zetten we op door eerst globaal “donker-licht” nuances op te zetten, dit te laten drogen en daarover heen een dun laagje verf in een contrasterende kleur te zetten. In dit laagje kunnen we met een satéprikkertje het ‘gazen’ velletje van het lampionnetje uit halen.

Schildercursus, schilderworkshops en schildervakanties op www.schildercursus-schildervakantie.nl

Stap 4 van de schildercursus, schilderles of schilderworkshop

De laatste stap bestaat uit een gedegen detaillering en controle. We bekijken goed, of en wat we willen aanpassen. Zijn de contrasten naar de zin, is de vorm van de voorwerpen kloppend? In het glas en het aardewerk komen wat highlights. In het tafeltje moet misschien nog iets meer contrast, er zitten schaduwen en knoestjes in het hout en er lopen diepere schaduwen langs het laatje. De schaduwen onder de voorwerpen mogen ook diep zijn, zodat de dingen ook werkelijk ‘staan’ en niet zweven.

Door de steeltjes van de lampionnetje een duidelijke licht en schaduwkant te geven, gaan ze wat meer ‘rond’ lopen. Door middel van een glacis kunnen we een bepaalde uitstraling nog wat veranderen. Ik heb over het kistje b.v. een wat warmere kleur geglaceerd. Een glacis, is dun transparant laagje van kleur vermengd met wat pure lijnolie. Het eindresultaat (fig. 9)!

We laten het schilderij nu goed drogen en geven het na enkele weken een dun laagje retoucheervernis. Dit is een ‘tussenvernis’ dat je gebruikt om je schilderij tegen stof en andere invloeden te beschermen en dat de kleuren mooi laat uitkomen.
Nadat het schilderij door en door droog is kunnen we het aflakken met een ‘slotvernis’. Dit kan afhankelijk van de dikte van de verf laag maanden ( soms wel een jaar!) duren.

In Vianen worden lessen in diverse schildertechnieken gegeven, de cursus “Olieverf fijnschildertechnieken is één van deze. Meer informatie over deze en andere lessen van Catherine Gathier vindt u op www.schildercursus-schildervakantie.nl